IQA Belgische Individuele Quizranking: Reglement


Vanaf dit jaar begint de IQA met het invoeren van een individuele ranking. In eerste instantie wordt die per land geÔmplementeerd.
Voor BelgiŽ werd geopteerd voor een ranking volgens het zogenaamde ELO-systeem, het systeem dat ook in schaken wordt gebruikt.

Het reglement:

1. De ranking is opgesteld volgens de principes van een ELO-ranking. Meer informatie over de ELO-ranking, vind je hier. Check vooral de 'Mathematical Details'.

2. Iedereen die nog niet in de ranking is opgenomen start met een ELO-ranking van 1500. Als je eerste quiz er een is met weinig deelnemers (<30) en je eindigt in de 2e helft, dan wordt je beginranking naar beneden aangepast.

3. Tijdens een individuele quiz wordt aangenomen dat elke deelnemer tegen elke andere deelnemer quizte. Zo zijn er op een quiz met x deelnemers dan eigenlijk x(x-1)/2 wedstrijden gespeeld.

4. Voor elk van de wedstrijden wordt de kans berekend dat elk van de 2 quizzers zou winnen. Er is verondersteld is 2 quizzers die dezelfde ELO-score hebben, elk 50% kans hadden om te winnen. Een quizzer die een ELO-score heeft 200 punten hoger dan zijn 'tegenstanders' zou 75% kans moeten hebben om te winnen. Aan de hand van die kans wordt berekend hoeveel een ELO-score zakt of stijgt en dat dus voor elk van de wedstrijden. Het maximaal aantal punten dat per wedstrijd kan gewonnen worden is 2.
In de prakrijk komt het erop neer dat winnen tegen iemand met een hogere ELO-score veel punten wint, met een maximum van 2 (assymptotisch) en winnen tegen iemand met een lagere ELO-score brengt weinig punten op (assymptotisch naar 0 als er een groot verschil is).
Als je verliest tegen iemand met een hogere ELO-score dan verlies je weinig punten (assymptotisch naar 0), als je tegen zo iemand wint, win je veel punten (assymptotisch naar 2).

5. Na de quiz worden alle gewonnen en verloren punten opgeteld bij de score voor de quiz.

6. Om te vermijden dat er veel punten kunnen gewonnen worden door van onbekende spelers te winnen (die beginnen met een score van 1500), wordt er een ELO-score van 1200 in rekening genomen als men er van wint de eerste keer dat ze meequizzen.

7. Om ervoor te zorgen dat nieuwe quizzers snel op een plaats worden gerangschikt die realistisch is gezien hun kwaliteiten, wordt voor hen de eerste keer een maximum van 3 genomen per wedstrijd in plaats van 2. Dat betekent dat ze op hun eerste individuele quiz veel punten kunnen winnen of verliezen.

8. Om te vermijden dat de beste quizzers steeds maar meer ELO-punten zouden halen, worden de ELO-punten elk jaar met 5% verminderd. Dat gebeurt op 2 momenten: bij de start van het WK en bij de start van het OVK.

9. De ranking behelst de individuele quizzen die in BelgiŽ worden georganiseerd, inclusief de Belgische manche van het WK. Ook niet-Belgen die in BelgiŽ deelnemen aan die quizzen worden  in de ranking opgenomen. De ranking behelst ook de individuele quiz van het EK, zelfs als die buiten BelgiŽ wordt georganiseerd. Voor die laatste quiz worden enkel de Belgen in rekening gebracht.

10. Quizzers die 2 opeenvolgende kalenderjaren geen enkele individuele quiz hebben gespeeld, worden op het einde van het jaar verwijderd uit de ranking.

 

Quizzen opgenomen in de ranking

Ik heb als beginpunt van de individuele ranking het WK 2004 genomen. Dat was de eerste masale individuele quiz in BelgiŽ.

Oudere quizzen vallen niet weg, maar worden steeds minder belangrijk, enerzijds inherent door de ELO-ranking en anderzijds door de jaarlijkse devaluatie van 5%.

Op het ogenblik (oktober 2007) zijn de volgende uitslagen gebruikt

* WK's 2004, 2005, 2006, 2007
* EK's 2004, 2005, 2006
* OVK 2005, 2006, 2007
* KODA quizzen 2004, 2x2005, 2006
* Sint-Gillis-Waas quiz 2005, 2006

Inherent aan de ELO-ranking is dat quizzen waar weinig personen aan deelnemen (bv KODA of SGW en zelfs EK) een veel kleinere impact hebben op de ranking.